Zeg ja tegen je Ziel


Zeg ja tegen je Ziel

Zeg er ja tegen.

Ik luister naar je Ziel.

Ik luister naar je en ik doe wat je zegt.

Ik volg je adviezen op.

Die Jij mij geeft.

Want Jij weet wat goed voor mij is.

Jij weet welk pad ik moet bewandelen.

Kan bewandelen.

Als ik daar voor kies.

Als ik naar je luister.

Luister naar je Ziel.

Naar dat stemmetje in je.

Dat stemmetje dat je zo graag wegdrukt.

Negeert.

Omdat je misschien in verlegenheid wordt gebracht.

Of omdat het misschien moeilijk wordt.

Onmogelijk.

Denk je.

Liever klein blijven.

Dat stemmetje negeren.

Zeggen het niet te weten.

Niet kunnen.

Wegdrukken.

Maar voor hoe lang?

Hoe lang blijf je er voor weglopen.

Voor dat stemmetje in je.

Dat stemmetje van je Ziel.

Die het Weet.

Die Weet wat goed voor je is.

Die Weet wat je wilt.

Die Weet waar je heen moet gaan.

Heen wilt gaan.

Jouw pad.

Maar wil jij dat wel?

Of beter gezegd, durf je dat wel?

Luisteren naar dat stemmetje van je Ziel?