Je moet geloven


Je moet geloven.

In jezelf.

Echt in je zelf geloven.

In jezelf geloven.

Om dat te doen.

Hoef je niets te doen.

Het toelaten.

Het er laten zijn.

Jezelf er laten zijn.

Je echte zelf.

Zonder verpakking.

Zonder je groter voor te doen dan je bent.

Er zijn.

Dat is genoeg.

En van daaruit.

Ga je verder.

Dus..

Je hoeft niets te doen.

Niet te haasten.

Niet te rennen.

Niet uit te zoeken.

Niet druk te zijn.

Juist niet.

Wees stil.

Wees rustig.

Je hebt alle tijd.

Laat het gebeuren.

Laat het leven zich ontvouwen.

Het komt allemaal goed.

Het komt zoals het komt.

En ondertussen.

Geniet jij ervan.

Sta jezelf toe om te genieten.

Van de momenten.

Om blij te zijn.

Van wat je voelt.

Wees bewust van wat je voelt.

En ben je niet blij.

Laat het dan los.

Dat ben jij niet.

Daar hoef je niet voor te kiezen.

Voor dat gevoel.

Je hoeft het niet vast te houden.

Je hoeft het niet te blijven voelen.

Je hoeft het slechts op te merken.

Te bemerken.

En dan los te laten.

Blaas het weg.

Blaas het uit.

Uit je systeem.

Weg.

Ver weg.

Zodat jij ervan af bent.

Zodat jij het losgelaten hebt.

Achter je hebt gelaten.

Laat het los.

En voel je blij.

Van moment naar moment.

In ieder moment.

Blijdschap voelen.

Zonder haast.

Zonder streven.

Gewoon zijn.

Blij zijn.

Dat is genoeg.

Dat is het wat je mag doen.

Moet doen.

Als je wilt.

Als je ervoor kiest.

Want je bent natuurlijk vrij.

Om te voelen wat je wilt.

Wat kies jij?

En als jij blij bent.

Zonder streven.

Zonder haast.

In alle rust.

Dan ben jij jezelf.

Dan heb jij jezelf weer gevonden.

Hoewel je er altijd al was.

Maar het niet besefte.

Het niet hoorde.

Maar nu wel.

Als je er voor kiest.