Wat moet ik doen?

Doen

Je denkt in doen.

Je hoeft niets te doen.

Je hoeft alleen maar

te zijn.

Zijn wie je bent.

Zijn wie je altijd al was.

Zijn wie je denkt te zijn.

En als je het niet weet.

Wie je denkt te zijn.

Wees dan alleen maar.

Wees het.

Ben het.

Laat alles los.

Alle belemmeringen.

Alle vooroordelen.

Over hoe het moet zijn.

Over hoe jij moet zijn.

Over wat jij moet doen.

Er is niets te doen.

Er is slechts meegaan op de stroom.

Op de stroom van het leven.

Op de stroom van jouw leven.

Mee gaan op te stroom.

Laat je meevoeren.

Laat je meegaan.

En doe.

Doe wat er dan in je opkomt.

Doe wat je ingeving aangeeft.

Wat je ingeving je zegt.

Doe zonder te denken.

Doe zonder te verwachten.

Doe zonder angst.

Doe zonder belemmeringen.

Doe.

Doe.

Doe.

Doe wat je moet doen.

In het moment.

In dat moment.

Doe omdat je niet anders kunt.

Doe.

Handel.

Doe.

Handel in het moment.

Zonder te overwegen.

Zonder af te wegen.

Zonder berekening.

Zonder te beredeneren.

Vanuit jezelf.

Vanuit het moment.

Vanuit de ingeving die je krijgt.

Op dat moment.

Je hoeft er niet over na te denken.

Je hoeft het niet van te voren te bedenken.

Je hoeft het niet te plannen.

Doe.

Doe het.

Omdat je niet anders kunt.

Omdat het moment er om vraagt.

Doe.

Nu!